Blogberichten

Krachttraining en afvallen in de menopauze

Je doet al aan krachttraining, maar toch val je niet af. Hoe kan dat?

Krachttraining is geen garantie voor vetverlies. Zeker niet tijdens de peri- en postmenopauze, waarin hormonen veranderen en je lichaam anders reageert dan vroeger. Maar dat betekent niet dat krachttraining niet werkt. Sterker nog, juist in deze fase van je leven is het misschien wel belangrijker dan ooit.

Waarom?

Omdat krachttraining veel meer doet dan alleen calorieën verbranden.

Het helpt je spiermassa behouden en opbouwen. En spierweefsel is niet alleen belangrijk om sterk te blijven. Het speelt ook een rol in hoe je lichaam glucose verwerkt..
Zodra je traint, trekken je spieren glucose uit je bloed om energie te gebruiken en aan te vullen. Meer en actiever spierweefsel betekent: je lichaam kan suiker uit voeding beter verwerken.

Gevolg in de praktijk:
je schommelingen in energie en trek worden vaak kleiner, en je lichaam gaat minder snel “opslaan” als vet. Mits voeding en totaal energie-inname in balans zijn. Het is dus geen vetverbrander op zichzelf, maar het maakt je lichaam wel gevoeliger en efficiënter in hoe het met voeding omgaat.

Dan je energie.

Krachttraining stimuleert je mitochondriën, de energiefabriekjes van je cellen.
Meer en beter werkende mitochondriën betekent simpel gezegd: je lichaam kan energie uit voeding efficiënter omzetten in bruikbare energie.

Veel vrouwen ervaren daardoor minder vermoeidheid, minder “crashes” in de middag en meer stabiliteit in energie. Dat maakt het ook makkelijker om consistent te blijven bewegen en betere keuzes te maken in voeding.

Ook je botten profiteren.

Vanaf de overgang neemt de botdichtheid sneller af door de daling van oestrogeen. Krachttraining geeft een prikkel aan het bot om sterk te blijven. Dat maakt het één van de belangrijkste vormen van beweging voor gezond ouder worden.

En dan nog iets wat weinig mensen kennen: myokines.

Dat zijn signaalstoffen die je spieren aanmaken tijdens training. Ze communiceren met je hele lichaam: je vetweefsel, lever en immuunsysteem. Ze helpen je lichaam als het ware beter “af te stemmen” op herstel, vetverbranding en insulinegevoeligheid.

Je traint dus niet alleen je spieren. Je beïnvloedt processen in je hele lichaam.

En misschien wel het belangrijkste:

Een hogere spiermassa, meer kracht en een betere conditie worden in onderzoek consequent geassocieerd met een betere gezondheid op de lange termijn, meer zelfstandigheid op latere leeftijd en een lager risico op diverse chronische aandoeningen.

Dus als de weegschaal niet doet wat je hoopt, betekent dat niet automatisch dat je training geen effect heeft. Soms gebeuren de belangrijkste veranderingen op plekken die je niet direct kunt zien.

  • Je spieren.
  • Je botten.
  • Je stofwisseling.
  • Je energie.
  • Je gezondheid over tien of twintig jaar.

Dat zijn investeringen die zich vaak pas later uitbetalen, maar die vandaag worden opgebouwd. Door al deze voordelen is de kans groot dat je sneller en eerder in shape blijft als je af wilt gaan vallen.

Daarvoor zijn een aantal dingen belangrijk en dan kijk je vooral naar een calorietekort, slaap, stress, dagelijkse beweging, medicatie, schildklierfunctie, inhoudt van je eetpatroon, planning van je maaltijden, insulinegevoeligheid, hormoonbalans.

Gewicht verliezen is dus niet zomaar en kwestie van calorie in, calorie uit als je in de overgang zit. Dat maakt het uitdagend, maar niet onmogelijk.

Ik adviseer te focussen op het creëren van een sterk en fit lijf waarmee je onafhankelijk ouder kunt worden. Dan komt heel vaak het gewenste gewicht dichter in de buurt.